Wat een verschil met de mist van vorige week: deze keer werd de zondagsrit van NWO gereden onder een stralende zon. Geen excuus dus om in bed te blijven liggen, en zo stonden er maar liefst 10 NWO’ers paraat aan de start, aangevuld met Remco en gastrijder Rudy. Een schoon peloton, klaar voor een ritje aan zee… al wist iedereen ook meteen wat dat betekende, want Tempobeul Wim was kapitein van dienst.
En als Wim de plak zwaait, dan weet je het wel: er wordt niet gereden om elkaars weekendplannen te bespreken. Nee, dan geldt maar één motto: stoempen. Babbelen is bij Wim enkel toegestaan aan minder dan 12 km/u, en dat tempo stond niet meteen op het programma.
De rit verliep aanvankelijk vlot via Leffinge, Wilskerke, Nieuwpoort en omstreken. Alles liep gesmeerd, tot daar plots een eerste noodstop volgde. Langs de kant van de weg stond een groepje dames in lichte paniek. Een lekke band, technische miserie, en geen reddende engel in zicht. Gelukkig heeft NWO niet alleen coureurs, maar ook een mobiele pechdienst. Kapitein Wim en Fred namen kordaat het heft in handen en schoten de dames ter hulp. Dit alles onder het goedkeurend, maar vooral geestig oog van Moteurtje Kurt, die het natuurlijk niet kon laten om de herstelling van passend commentaar en enkele verdachte mopjes te voorzien.
Na deze ridderlijke interventie kon de rit hervat worden, richting Oostduinkerke, Koksijde en verder. Maar jawel hoor, nog niet veel later alweer prijs: Burt stond met pech langs de kant. Opnieuw waren het Wim en Fred die zich over het technische werk ontfermden, terwijl de rest van de bende zich specialiseerde in de aloude discipline van het “kromme haas gebaren”. Kijken, knikken, een beetje medelijden veinzen, maar vooral zelf niets moeten doen: ook dat is koers.
Na deze tweede reparatie werd het tempo opnieuw de hoogte ingejaagd en bereikten we vrij snel Veurne, waar de terugweg werd ingezet via Booitshoeke, Ramskapelle, Schore. En daar, ergens tussen de kilometers en het op hol geslagen tempo, is het fout gelopen. Gastrijder Rudy reed lek. Gelukkig waren er nog twee mannen met koersgeweten over: Fred — alweer hij — en Remco stopten om Rudy uit de nood te helpen. De rest van het peloton? Dat was intussen al gaan vliegen alsof er premies te verdienen vielen in De Vlas.
Hier en daar werd nog even getwijfeld of er gewacht moest worden, maar bij twijfel is het antwoord in een Wim-peloton meestal: doorrijden. Het gevolg liet zich raden: het peloton scheurde volledig in stukken. Op kop uiteraard Tempobeul Wim, die als kapitein misschien toch iets beter de achteruitkijkspiegel had moeten gebruiken. Even het tempo laten zakken is mooi, maar dat helpt weinig als drie man intussen ergens in een andere postcode ronddolen.
Toen Wim uiteindelijk te horen kreeg dat er drie coureurs kwijt waren, was zijn verbazing oprecht en waarschijnlijk ook licht gespeeld. Maar goed, het kwaad was geschied. De overblijvende 9 renners hergroepeerden en zetten de tocht iets rustiger verder richting De Vlas.
Daar volgde uiteindelijk de blijde hereniging met de drie verloren zonen. Blijkbaar hadden zij een afrit gemist en daarna besloten om er dan maar met hun drietjes een ferme lap op te geven. En geef toe: als je toch verloren rijdt, dan kan je er evengoed nog een heroïsch verhaal van maken.
Besluit van de dag:
een zonnige rit, stevig tempo, drie pechgevallen, een reddingsactie voor dames in nood, een kapitein met tunnelvisie en drie verloren zonen die uiteindelijk toch weer veilig aan de thuishaven verschenen. Kortom: een gewone zondag bij NWO.