Woensdagavond, klokslag 19.00 uur. De zon had al verlof genomen voor het najaar, maar dat hield 11 dappere renners van NWO niet tegen om de pedalen aan het vuur te leggen. Onder een bewolkte maar zwoele hemel, zonder wind of weerbots, verzamelde het peloton voor de traditionele woensdagavondrit. De sfeer? Top. De benen? Fris. De goesting? Onmeetbaar.
Aan het roer: niemand minder dan Kapitein Jalabert, wielerstrateeg en moreel kompas van het gezelschap. Zijn plan? Een deftig ritje richting De Haan, niet te lang, want ja… het wordt nu eenmaal sneller donker dan een zonnepaneel op een regenachtige dag.
Verrassing van formaat: Franky – voor het eerst dit jaar op kop, naast Kapitein Jalabert. De tandem van ervaring en enthousiasme, dachten we. Zeven glorieuze kilometers hield Franky het vol in de wind, waarna hij even geruisloos als een ninja in het peloton verdween. “Was dat Franky? Of een fata morgana?” werd er gefluisterd. Spoiler: hij zou nog opduiken, maar niet zoals je hoopt…
Na de Franky-fade-out nam Burt het kopwerk over. Samen met Jalabert hield hij het tempo strak rond de 30 km/u. Iedereen vlotjes mee, netjes per twee, alsof het een zondags uitstapje naar de bakker was. Geen zwaar hijgen, wel veel gebabbel – pure salonrijders op hun best. De koers werd eerder een rijdende koffieklets, maar dan zonder de koffie en mét strakke kuiten.
Tot… de plaspauze. Een moment van rust… of zo dachten we. Franky, nog herstellend van zijn eerdere kopwerk, wilde even afstappen, maar zijn klikpedaal dacht daar anders over. Hij ging onderuit als een omvallende den, maar maakte gelukkig een sierlijke rol, waardoor het meer op een stunt uit Cirque du Soleil leek dan een echte valpartij.
De diagnose? Fietsplaatje los. Vijsje verdwenen. Mysterieus verdwenen, alsof het zelfmoord had gepleegd uit frustratie. Gelukkig was daar onze trouwe MacGyver op twee wielen: ET. In enkele seconden besliste hij: weg met dat plaatje! Geen vijs, geen probleem. Simpel, doeltreffend, geniaal. Franky kon weer mee, weliswaar met één schoen iets ‘vrijer’ dan de andere.
De rest van de rit verliep zonder brokken. Vosje en Burt namen het roer over, met een tempo tussen 28 en 30 km/u – vlot, strak, maar gedisciplineerd. Niemand mocht aanvallen, het was koers met gezag. Renners die durfden te dromen van een ontsnapping kregen een blik van Vosje die zelfs een loslopende hond zou doen omkeren.
En zo kwam het dat het peloton – op een paar mini-gaten na – bijna voltallig de eindstreep overschreed, als een goed geoliede wielermachine, met hier en daar een los schoentje, maar geen losse moraal.
Conclusie van de avond:
Franky reed op kop! (Even toch)
ET verdient een eredoctoraat in noodmechaniek.
Salonrijders zijn ook echte renners.
En wie z’n vijs verliest, houdt best een rolletje over.
Tot volgende week, met hopelijk minder technische defecten en evenveel plezier.
ai Sec